Molens in Wormerveer
Boerwinkel.info
Introductie
Wormerveer
Wormerveerders
Wormerveer vanaf de Prins Clausbrug
De laatste Wormerveerse molen
Overzicht
Fotogalerij
Wessanen & Laan (van 1765 tot 1940)
De papierindustrie
De cacao-industrie
Post!
Contact
Sitemap
Wormerveerders

Wormerveerders worden Gladoren genoemd. Kwade tongen beweren, dat de plaatselijke koopmansstand er gladde praktijken op nahield, doch dat moet als streekroddel worden beschouwd. In en rond Wormerveer wemelde het een kleine 300 jaar geleden van de oliemolens, waarin uiteraard veel Wormerveerders hun brood verdienden. Het werken in een oliemolen leverde echter een "geheide" beroepskwaal op: doofheid of, als men gelukkig was, hardhorendheid. Onophoudelijk beukte de slaghei op de wig, dag in dag uit, dreunen die een vernietigende uitwerking hadden op het gehoororgaan. Nu is en was het in een oliemolen ook vaak vettig, dus de link is gelegd. Wat doet immers een hardhorende oliepulle (olieslager) die iets niet goed verstaat? Hij brengt zijn vettige hand achter zijn oorschelp en vraagt "wat zeg je ?".

In de 17e eeuw waren in Wormerveer vele molens gemeenschappelijk eigendom van degenen, die op de molens werkten. Overdracht van een half, een derde of een vierde part in een molen kwam vele malen voor. Later kwamen vele molens in een hand. 
De intrede van de stoommachine was het begin van het einde der molens. In het beginstadium wees de exploitatierekening van de stoomolieslagerij "De Tijd" te Wormerveer uit dat de kosten per last geslagen zaad van de Fabriek beduidend hoger waren dan van de molens.

De vader van H.Schoute, schrijver van het boekje "herinneringen van een hutjongen", scheen het land te hebben gehad aan molens. Dat was niet zo'n wonder, want aangename herinneringen bewaarde hij er niet aan. In de eerste plaats verloor hij al vroeg zijn vader. Het eigen huisje moest toen al gauw worden verkocht. Grootmoeder kon sindsdien een groot deel van haar leven slijten als voddenscheurster in papiermolen "De Oude Blauw" te Wormerveer hoewel zij thuis eigenlijk niet kon worden gemist. Van die tijd zei zijn vader: "En als het goede mens dan behoorlijk moe thuis kwam, dan kon zij eerst nog op vlooienjacht, want zij was dan overbevolkt door die krengen uit de vodden". Een andere ambacht op de papiermolen was die van verlester. Die controleerde de vellen papier, die op een tafel lagen te drogen.

Een oom van Cor Bruijn, de schrijver, werkte rond 1880 al als elf-jarige schooljongen op de oliemolen "De Bezem", aan de Noorddijk. Hij was uit een gezin met veel kinderen. Wanneer hij 's middags uit school kwam werd hij meteen naar bed gestuurd. Men wekte hem dan in de avond weer, tegen achten. Om 8 uur begon zijn werk in de molen waar hij de pletterij moest bedienen, maar ook wel voor andere karweitjes werd gebruikt. 's Morgens om 4 uur was zijn molentaak dan afgelopen en mocht hij weer naar huis om te slapen tot het tijd werd om naar school te gaan. Deze knaap van 11 jaar oud had dus naast zijn gewone schooltijd nog een 8-urige werknacht en sliep per etmaal tweemaal vier uur. Toen hij 12 jaar werd, nam zijn schooltijd een einde en begon voor hem zijn aandeel in het maatschappelijke produktieproces als pletjongen op eerder genoemde molen met een 16-urige werkdag van 's morgens 4 uur tot 's avonds 8 uur.