Molens in Wormerveer
Boerwinkel.info
Introductie
Wormerveer
Wormerveerders
Wormerveer vanaf de Prins Clausbrug
De laatste Wormerveerse molen
Overzicht
Fotogalerij
Wessanen & Laan (van 1765 tot 1940)
De papierindustrie
De cacao-industrie
Post!
Contact
Sitemap
Molens H - R

Houtzaagmolen De Haas
Windbrief/Bouwjaar: 1819

Op het erf van de in 1809 door de toenmalige waard van herberg "De Jonge Prins" Cornelis Emmerzeel samen met Piet van Eden gesloopte molen "De Jonge Haas", nam Jacob Tijsz. Kaan het initiatief een houtzaagmolen op dezelfde plaats te bouwen, die de naam "De Haas" kreeg. De bouw gebeurde in 1819. Tot 1888 bleef deze bovenkruier en balkenzager daar in bedrijf. Na de sloop liet de firma Wessanen op een deel van het grote erf een rij huizen bouwen, die er nu nog staan t.w. Noorddijk 15a t/m 23. Er schuin achter verscheen het grote pakhuis "De Halm", dat in de jaren tachtig is verbrand. Een ander deel van het erf werd later eigendom van de Houthandel v/h D. van Konijnenburg.


Oliemolen De Jonge Haas
Windbrief/Bouwjaar: 18-1-1664

Windbrief uitgereikt aan Jan Jansz. Smit, Jeroen Cornelisz., Jacob Cornelisz. Smit en Allert Pietersz. Op 18 januari 1664. De molen was in 1663 te Assendelft afgebroken en te Wormerveer herbouwd. Dirck Hendricksz. een dubbelde olymolen int jaer 1663 gevoert naar Wormerveer in de banne van Westzanen en toebehoorende aan Jeroen Cornelis c.s. wonende tot Wormerveer, gestelt op de verponding jnt qohier vant jaer 1655, op fl. 10,=.
Na 1663 werden namen als Knap, Os, Dircks, Baas, Haas, de Jager en Haantjes als eigenaar genoemd. Op 4 oktober 1691 treedt Willem Cornelisz. Knap toe tot een assurantiecontract met de oliemolen " 't Jonge Haesie". Later was hij verzekerd in het Olieslagerscontract. Deze verzekering eindigde op 20 december 1809. In dat jaar hebben de toenmalige waard van herberg "De Jonge Prins", Cornelis Emmerzeel en Piet van Eden de molen laten slopen. Op zijn erf, aan de Noorddijk, werd later de houtzaagmolen "De Haas" opgericht. 
Tussen de erven van de molens "De Jonge Haas" en "De Rozeboom" is in 1896 de houthandel V/h D.van Konijnenburg gesticht.


Oliemolen De Kapramen
Windbrief/Bouwjaar: niet bekend

Alleen aangetroffen in de Brandkroniek van Van Pomeren. Op 5 mei 1699 verbrandde te Wormerveer de oliemolen Kapramen door het onweer. Vermoedelijk is door Van Pomeren, of in een in handschrift gesteld brandboekje waaraan hij zijn gegevens ontleende een schrijffout gemaakt en moeten wij Kapraven lezen in plaats van Kapramen. Eertijds werd de raaf (de vogel) rave, raven of raeven genoemd - niet op te vatten als meervoud.

Te Zaandam in de Oostzijde heeft een paltrokmolen "De Vergulde of Zwarte Raven" gestaan. Ook in Zaandam ten zuiden van de Mallegatsloot aan het Ameland staat een pakhuis genaamd "De Raven". Op een lijst van scheepsnamen wordt onder meer genoemd: de fluit De Kap Rave. Hierin wordt het bovenvermelde vermoeden bewaarheid. Mogelijk hebben wij hier te doen met de benaming van een zeker soort raaf, welke in onbruik is geraakt. Kapraven was ook de benaming van een soort sparren, gebruikt voor daken, gedekt met riet.

Van de schrijffout of onjuiste vermelding wordt gezegd dat een brand in de kap en achter de ramen tot een foutieve naamsvermelding leidde. Het bestaan van de molen wordt betwijfeld.


Oliemolen De Kikkert
Windbrief/Bouwjaar: niet bekend

"De Kikkert" werd gebouwd voor rekening van Cornelis Nayer te Wormerveer. Het bouwjaar kwam tot heden niet te voorschijn. Op 28 maart 1652 werd hij verkocht door Cornelis Pietrsz. Schilp c.s. en hij werd op 21 mei 1699 opgenomen in een assurantiecontract ten name van Sijmon Nanningsz. Wennis en Pieter Jansz. Lelij, in Compie. De molen heeft buitendijks gestaan aan de Noorddijk, als eerste molen ten noorden van de oliefabriek "De Tijd". Hij is in 1888 gesloopt.
"De Kikkert" was de oudste oliemolen aan de Noorddijk die er 350 jaar geleden al stond. De molen ook wel "De Kikker" geheten is een merkwaardige naam en wellicht terug te voeren op het "Kroosduikersdorp" Westzaan, waar men hem sinds 1632 als "De Sint Pieter" kende. Rond 1640 volgde verhuizing naar Wormerveer, waarbij achtereenvolgens de families Schilp, Wennis, Mol en Honig tot 1887 hun geluk beproefden. Blokmaler op de molen is o.a. Klaas Honig geweest. 
In 1828 werd hij zowel in- als uitwendig opgeknapt. 2 Nieuwe roeden werden aangebracht en een nieuwe bovenbonkelaar (d.i. het kamwiel, een zogenaamd kroonwiel) werd bevestigd om het boveneind van de grote spil. De stuitblokken en de pilaren werden bijgeheid, waarvoor een 60-tal juffers van 24-voet lengte hebben gediend. De molenwerf werd bij het terrein van de oliefabriek "de Tijd" getrokken en is daarna bebouwd. Een deel van de schuur deed nog lange tijd als pakhuis achter het oliehuis Breukelen aan de molen herinneren.


Oliemolen De Leeuw
Windbrief/Bouwjaar: 1-10-1646

Windbrief is aan Jan Heyndricxsz. overhandigd op 1 october 1646. De molen werd op 16 oktober 1683 opgenomen in een assurantiecontract, ten name van Cornelis Jacobsz. Leen. Hij werd op 16 februari 1811 verkocht. Koper was Dirk Vas voor fl. 3.050,=. De molen is gesloopt omstreeks het jaar 1814. De Leeuw heeft gestaan aan het Zuideinde, binnendijks ter hoogte van de tegenwoordige werkplaatsen van de Gebr.Gorter.


Oliemolen De Nachtegaal
Windbrief/Bouwjaar: 1647

De windbrief voor deze oliemolen ontving Aryan Cornelisz Molenaar in het jaar 1647. Hij bouwde deze molen in het veld aan de - later - naar hem genoemde sloot, bewesten de spoorweg. Op 8 januari 1660 werd land verkocht, waarbij de molen genoemd werd als belending. Op 22 juni 1670 werd de lading van deze molen ten name van Claes Hendrixsz. Molenaer opgenomen in een assurantiecontract. Op 12 januari 1680 werd deze dubbele oliemolen geveild door de erfgenamen van Ger-rit Cornelisz. Molenaar. Verhuurd tegen fl. 16,= per last, hetgeen betekent dat de molen "om lood" maalde. De eigenaar moest de molen onderhouden en het personeel betalen en ontving fl. 16,= per last verwerkt zaad. De molen is in 1852 gesloopt en bij Joure in Friesland herbouwd. Zijn schuur bleef te Wormerveer achter. Deze verbrandde in de nacht van 11 op 12 maart 1932.


Oliemolen De Ram
Windbrief/Bouwjaar: n.n.

Zijn bouwjaar is niet bekend, doch gebleken is, dat de molen reeds in 1643 bestond. Voor 1643 heeft deze molen voor zover bekend in Zaandam gestaan eveneens als oliemolen. Hij werd op 22 juni 1670 opgenomen in een assurantiecontract, ten name van Jan Claesz. Schaep. Op 21 mei 1699 wordt de molen in een ander contract verzekerd "voor vijf seste parten" door eigenaar Dirck Jansz. Schaep. In 1874 gesloopt. Zijn schuur bleef in stand en deed daarna dienst als pakhuis. Deze oude molenschuur verbrandde op 16 december 1921, tegelijk met de werkplaatsen van het coöperatieve timmer- en aannemersbedrijf waarin de brand was ontstaan. De molen heeft gestaan ten zuiden van en bij de ingang van de Dubbele Buurt, binnendijks, thans de Wormerveerse Aannemings Maatschappij.

"De Ram" is evenals "De Wildeman" in het bezit geweest van de firma Jacob Vis & Co. Bij het overlijden van Aaltje van Bergen gingen de in haar bezit zijnde olie- en pelmolens over naar haar vijf zonen. Vervolgens ging de molen over naar Dirk, Klaas en Jacob Vis en tot slot wordt in 1846 Dirk Vis de eigenaar.


Mosterdmolen Het Ruimpje
(Ook wel genaamd Schildpruimpje, Schenker en Schilptuintje)
Windbrief/Bouwjaar: 1672

In 1672 gebouwd als mosterdmolentje en in latere jaren vervangen door een grote molen. Het met deze molen uitgeoefende bedrijf was van grote omvang en werd geruime tijd in rederij gedreven. In 1733 was Jan Schenk mede-eigenaar van deze schelpzandmolen. Waarschijnlijk werd deze molen daarom meestal "De Schenker" genoemd. Hij is in 1877 gesloopt door Jacob Willem Boon en z'n compagnon P. Ruyter Dz.. De molen heeft gestaan aan de Zaanweg aan het Zuideinde, binnendijks.

Jacob Willem Boon begon in 1813 in molen "De Boonakker" als zelfstandig ondernemer. Eerst voorzichtigjes met het malen van blauwsel en cacaopoeder en de handel in specerijen en verfwaren. De chocolade kwam echter pas in 1875 om de hoek kijken. De molen "Het Ruimpje" is 2 jaar in dienst geweest van de firma W.J.Boon & Comp.


De Bonte Ruiter
Windbrief/Bouwjaar: n.n.

Bestond vermoedelijk al in 1635. De molen werd op 22 juni 1670 ten name van Pieter Adriaensz. Hardloop tegen brandschade verzekerd. Gesloopt in het jaar 1809. Op 28 april 1810 werd verkocht: "het erv van de geamoveerde Molen, genaamd geweest De Ruijter", plus een stukje land daar benoorden, dat ligt tussen het Krommenieërpad en Schans. De molen heeft gestaan aan en benoorden de Noorder Sluissloot.


 

Molens A - G
Uitgelicht: De Vergulde Bijenkorf
Uitgelicht: De Witte Bijl
Uitgelicht: De Oude Blauw
Uitgelicht: De Eenhoorn
Uitgelicht: De Engel
Molens H - R
Uitgelicht: De Bonte Kraai
Uitgelicht: De Noordster
Uitgelicht: Het Witte Paard
Uitgelicht: De Rozenboom
Molens S - Z
Uitgelicht: De Witte Vlinder
Uitgelicht: De Zwarte Vlinder
Uitgelicht: Het Jonge Vool
Uitgelicht: De Jonge Voorn
Uitgelicht: De IJver
Uitgelicht: De Zaanstroom