Molens in Wormerveer
Boerwinkel.info
Introductie
Wormerveer
Wormerveerders
Wormerveer vanaf de Prins Clausbrug
De laatste Wormerveerse molen
Overzicht
Fotogalerij
Wessanen & Laan (van 1765 tot 1940)
De papierindustrie
De cacao-industrie
Post!
Contact
Sitemap
De laatste Wormerveerse molen

De laatste Wormerveerse molen in vlammen opgegaan

Uit De Zaanlander van woensdag 20 augustus 1930.

Ondergang van het "Het Vool".

 

Gistermiddag te kwart voor 1 is de laatste Wormerveersche molen, genaamd "Het Vool" (het veulen) en staande aan den Zaandijkerweg  in vlammen opgegaan. Het vuur greep zoo snel om zich heen, dat, aangewakkerd door een stevigen Z.W, wind, de molen binnen enkele minuten in lichterlaaie stond en ware het nacht geweest, zeker een interessant schouwspel te zien zou hebben gegeven. Op het alarm van den brand was de automotorspuit 2 eerst op het terrein van den brand aanwezig, die in minder dan geen tijd water gaf. Oogenblikkelijk werd deze spuit gevolgd door de vierwielige motorspuit en een autospuit uit Wormer, benevens een slangenwagen, zoodat in zeer korten tijd het vuur onder commando van de heer J. Vonk, met 5 stralen krachtig werd aangepakt, Hierbij bleek al dadelijk, dat het vuur zeer waarschijnlijk aan den buitenkant moet zijn aangekomen, want het duurde maar kort of de vlammenzee begon in hevigheid af te nemen en het zal geen uur hebben geduurd, of de brand was vrijwel geheel gebluscht.

Volop voedsel voor het vuur
Hout, riet, droogte en wind waren alle factoren, die een zoo snel om zich heen grijpen van het alles ver-nielende vuur mogelijk maakten en ware de brandweer dan ook niet zoo snel in haar handelen geweest, een veel grootere verwoesting zou er het gevolg van zijn geweest, daar de vlak aangrenzende pakhuizen ook geheel van hout waren opgetrokken en vele brandbare stoffen als zakken enz. bevatten.

Het blusschingswerk concentreerde zich daarbij dan ook vooral tot het in stand houden van de as, teneinde het ineenstorten van de kap en wieken, waaraan de tand des tijds reeds geducht geknaagd had, te voorkomen, daar zulks in verband met de omgeving stellig aanzienlijke uitbreiding van de brand zou beteekenen. Het daglicht zoowel als het door rijks- en gemeentepolitie en marechausee afgezette terrein verlichtte de taak der brandweer in den strijd tegen de roode haan aanmerkelijk, zoodat spoedig de brand tot het verleden behoorde.

Gevaar voor het verkeer
Het nog overgebleven gedeelte, verkoolde geraamte van romp en wieken, werd door autoriteiten een dusdanig gevaar voor het verkeer geacht, dat order werd gegeven het gevaarte om te trekken. Gemak-kelijk ging dit echter niet. Begonnen werd met een zwaar touw om een der wieken te bevestigen, waarmee het na verschillende pogingen en onder luid gejuich van de talrijke vertegenwoordigende jeugd, voor wie zoo'n brandje een extra vacantiegenoegen was, gelukte de "armen" van den molen omlaag te halen. Vervolgens werd een touw bevestigd aan de staartbalk en werd met het omtrekken begonnen. Dit ging echter veel lastiger dan het omlaag halen van de wieken. Enkele stukken lieten wel los, maar de balk zelf bleef stevig zitten.

Toen verhuisde de trekploeg (de spuiten hadden rust en de Wormer spuit was inmiddels ingerukt) van een 20 a 25 man naar de overzijde van de wegsloot, waarbij de staartbalk als stormram gebruikt werd. Het geraamte waggelde steeds meer en ieder oogenblik scheen het gevaarte ineen te zullen storten. Maar "Het Vool" scheen zijn leven nog zoo lang mogelijk te willen rekken. Het ziekbed van deze laatste der Wormerveersche molens was wel lang, maar het heengaan viel toch nog erg zwaar. De degelijkheid van den bouw bezorgde de brandweerlieden dan ook menige zweetdruppel. Tot enkele minuten voor drieën "Het Vool" den laatsten adem scheen te zullen uitblazen. Twee zware balken stortten omlaag en even later stortte onder een donderend gejuich het geraamte ineen.

"Het Vool", eens de trots van zoovele Wormerveerders, was niet meer. Mag zulks uit een historisch oogpunt te betreuren zijn, de vervallen toestand, waarin de molen de laatste jaren geraakte, maakte het niet ongewenscht, dat het zaakje maar eens werd opgeruimd, waarvoor de roode haan nu nog onverwachts zorgde.

Groote belangstelling
Het uur waarop de brand heeft gewoed, was er buitengewoon ongunstig voor, een groote menschenmenigte op de been te brengen. Velen waren al op weg naar hun werk en konden nog even een laatste blik naar den molen werpen en wie tijd had, schaarde zich op de Zaandijkerweg of Hoogeweg waarvan men vooral een prachtig gezicht op den brand had. Hieronder was begrijpelijk de jeugd talrijk vertegenwoordigd. Het autoverkeer ondervond tijdelijk vertraging en weldra vormde zich vooral op den Hoogeweg een lange rij wachtende autobussen en andere voertuigen. Toen het vuur gebluscht was, kon ook dit verkeer weder in normale banen worden geleid, terwijl het doorgaand verkeer van voetgangers en wielrijders onder toezicht der politie in het geheel niet behoefde te worden stil gelegd. Werd een en ander aanvankelijk geregeld onder leiding van den heer Rebel, rechercheur, weldra kon de leiding door den inspecteur van politie, den heer F.W. de Groot worden overgenomen. Op het terrein van den brand waren voorts o.m. aanwezig de commissaris van politie, de heer A.H. v.d. Hoeven, den heer Wissink, directeur van Gemeentewerken en den heer Jonker, commandant van de Kooger V.B., waarvan ook nog een spuit op weg naar Womerveer is geweest, maar onderweg retour kon gaan.

De oorzaak onbekend
Omtrent de oorzaak kan niets met zekerheid worden gemeld. Ooggetuigen zagen onverwacht het vuur knetterend langs het riet omhoog vliegen, waardoor het mogelijk is, dat een vonk uit een fabrieksschoorsteen of iets van dien aard de aanstichter is geweest De molen, een kleine type van Zeventiende-eeuwsche oliemolen, thans eigendom van de Handels. Mij Saenden v/h Bloemendaal en Laan, deed de laatste jaren alleen nog dienst voor opslagplaats. In de benedenruimte stonden dan ook eenige machines en lagen goederen opgestapeld, die door brand en vooral waterschade grootendeels zijn verloren- gegaan. Verzekering op beurspolis dekt de schade.

De nablusssching
Toen de molen tot een ruïne van raderen en balken ineen over de weg lag, waarbij men echter zoo prachtig had weten te "richten", dat het grootste gedeelte vrijwel recht naar beneden gekomen was, werden dadelijk de eerste hindernissen voor het verkeer opgeruimd en de ruïne met eenige stralen nagebluscht De beide nog overgebleven Wormerveersche spuiten konden toen ook heel spoedig inrukken en werd met een straal op de waterleiding het laatste werk verricht.

De geheelen middag en avond zijn velen naar de overblijfselen wezen kijken. Veel was er echter niet meer te zien. Er waren echter ook genoeg, die van de heele brand nog niets hadden gehoord en met verbazing de restanten aanstaarden. Het heele proces had zich dan ook buitengewoon snel voltrokken.